Een regenbak voor de deur

Door Bob Pierik

In 1791 zat Mariane Dina Bauduins ‘hoog swanger zijnde als toen op de reegenbak voor haar deur’ in Amsterdam in een steeg op de Prinsengracht (tussen het Molenpad en de Runstraat). Dat wordt beschreven in een getuigenverklaring over een ruzie tussen Mariane en haar buurvrouw. Zo’n zaak geeft ons details over het straatleven, niet alleen in de vorm van mensen, maar ook in de vorm van hele concrete materiële aspecten, zoals de regenbak voor het huis. Die functioneerde blijkbaar ook als een soort straatmeubilair om op te zitten. De zaak laat zien dat regenwater een belangrijk goed was, waar stadsbewoners soms een stuk schaarse ruimte voor inleverden. Maar echt verdwenen was die ruimte ook niet, want de regenbak kon alsnog dienstdoen als zitplaats!

Sinds januari werk ik als postdoctoraal onderzoeker in dit mooie project. De komende tijd ga ik meer uitzoeken over watergebruik in de vorm van praktijken, normen en infrastructuren in stedelijke ruimte tussen 1700 en 1850. In deze blog vertel ik iets over het onderzoek dat ik de afgelopen jaren gedaan heb en licht ik een tipje van de sluier op over mijn plannen voor de komende tijd.

In februari promoveerde ik op het proefschrift Urban Life on the Move. Gender and Mobility in Early Modern Amsterdam aan de Universiteit van Amsterdam. Dat schreef ik in de context van het NWO project Freedom of the Streets. Gender and Urban Space in Europe and Asia 1600-1850 onder leiding van dr. Danielle van den Heuvel. In mijn proefschrift bestudeer ik de verschillende manieren waarop vroegmoderne Amsterdammers zich door de stad bewegen en ruimte toe-eigenden, waarbij de verschillen tussen vrouwen en mannen leidend waren. Ik gebruikte daarvoor voornamelijk notariële getuigenverklaringen, waarin veel details over alledaags leven in de stedelijke ruimte van Amsterdam te vinden zijn, zoals ook de zaak waar ik dit blog mee begon.

Het vroegmoderne straatleven in Amsterdam. Uitsnedes van H. P. Schouten, Bethaniëndwarsstraat, 1787 (links), Vijgendam, 1796 (rechts) and Grimburgwal, ca. 1796 (onder). NL-AsdSAA, Splitgerber (10001).

Ik gebruikte zaken zoals die over Mariane om meer te weten te komen over stadsruimte. Ondanks dat Mariane hoogzwanger was, sloeg haar buurvrouw haar voor de ogen van minstens twee buren, waarna ze flauw viel. Dit soort zaken gebruikte ik vaak niet voor de tragische gewelddadige confrontaties, maar voor de aanloop en nasleep daarvan. Zo kwam de regenbak die als straatmeubilair dienstdeed tevoorschijn. Maar de zaak is ook interessant om wat te leren over alledaagse mobiliteit van zowel vrouwen als mannen. Er wordt namelijk een vroedvrouw gehaald om Mariane bij te staan na haar mishandeling. Het laat zien dat vroedvrouwen niet alleen bij bevallingen, maar ook bij andere zorgbehoeftes van zwangere vrouwen assisteerden. Door het onvoorspelbare karakter van geboortes waren vroedvrouwen zeer mobiele vrouwen, die dag en nacht door de hele stad te vinden waren. Daarnaast werd Mariane’s man, een soldaat die op dat moment op wacht stond op de Botermarkt (het huidige Rembrandtplein) opgehaald door een kruier (iemand die met een kruiwagen werkt). Het laat zien dat kruiers zowel fysieke als abstractere boodschappen bezorgden, wat het mogelijk maakt dat het nieuws van een lokale burenruzie snel bij Mariane’s man terecht kwam en hij te hulp kon schieten.

De regenbak voor de deur past in een breder patroon dat ik in mijn proefschrift beschrijf, van stoepen, bankjes en dubbele deuren. Door heel Amsterdam werd op dat soort locaties – buiten maar toch ook thuis –  gezeten en gepraat. De regenbak functioneerde niet als een eenzijdig private of publieke plek, maar veel meer als een soort overgangsruimte. Mariane was op die manier tegelijk op straat en bij haar thuis, met de buurt en haar straat verbonden, alles behalve geïsoleerd. Die positie tussen publiek en privaat was ook op een manier geformaliseerd: Milja van Tielhof wees me op de 17de– en 18de-eeuwse precariobelastingen, waar heel veel regenbakken genoemd worden. Een precariobelasting is een belasting op zaken in de publieke ruimte, voor privégebruik. Tegenwoordig zijn dat vooral veel terrassen, maar vroeger waren dat heel veel regenbakken. Met die belastinglijst krijgen we grip op de verdeling van regenbakken in de openbare ruimte door de stad. Eén van mijn plannen voor Omgaan met Droogte is om die regenbakken in kaart te brengen en op een historische kaart te verwerken. Daarover later meer!

Het proefschrift Urban Life on the Move is hier te lezen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: