Deelprojecten

‘Als de put droog komt te staan’: drinkwater en klimaataanpassing in de oostelijke Nederlanden, 1600-1850

Dániel Moerman

Mijn onderzoek binnen het project Omgaan met droogte richt zich op de premoderne drinkwatervoorziening in de oostelijke, hoger gelegen steden van Nederland, in het bijzonder Deventer. In tegenstelling tot de lager gelegen westelijke delen van ons land, waar verzilting en andere problemen het putten van grondwater lastig maakten, waren de oostelijke regionen meer grondwaterafhankelijk. Maar ook grondwater is niet onuitputtelijk, en Benjamin Franklin stelde al dat men de werkelijke waarde van water pas begrijpt ‘als de put droog komt te staan’. In mijn onderzoek naar de drinkwatervoorziening in perioden van droogte focus ik dan ook met name op wat er gebeurde met de private en gemeenschappelijke putten en pompen.

Deventer kende vele gemeenschappelijke putten en pompen, maar ook putten en pompen die tot een bepaalde buurtgemeenschap behoorden. Deze (semi)openbare putten en pompen werden onderhouden door een gemeenschap die nauw verbonden was met de sociale structuren van stadsbuurten en andere openbare of private instellingen. Door onder andere te kijken welke maatregelen men nam met betrekking tot deze putten en pompen in tijden van droogte, en of men wellicht ook alternatieve systemen van watervoorziening kende (regenwateropvang, oppervlaktewater etc.), probeer ik zo een beeld te schetsen van de impact die droogte op de lange termijn kon hebben op de stedelijke waterhuishouding. Het voornaamste doel is om hiermee de mate van sociale veerkrachtigheid (societal resilience) van de Oost-Nederlandse watervoorziening in tijden van aanhoudende droogte te onderzoeken.

Abraham Beerstraaten; De Waag met Brink, 1665

Omgaan met drinkwater en afhankelijkheid van regenwater in het westen 1550-1850

Milja van Tielhof

Dit project richt zich op West-Nederland, waar watergebruikers vooral afhankelijk waren van regenwater in bakken en waterkelders. De geselecteerde steden waren belangrijke handelssteden die in de zeventiende eeuw floreerden. Ze bevonden zich in het gebied van brak grondwater langs de kust van de Zuiderzee (Amsterdam, Hoorn en Medemblik) en aan de duinen (Haarlem). De drinkwatergeschiedenis van Amsterdam laat een opvallende eigenschap zien. De bier- en waterbedrijven speelden een grote rol in de watervoorziening, met name bij droogte als de regenwaterbakken leeg raakten. De bedrijven verscheepten water in speciale waterschepen vanuit goede bronnen op het platteland naar de stad. In hun archieven zijn de geleverde hoeveelheden verhandeld water geregistreerd. Lange tijd werd aangenomen dat deze invoer van water voor Amsterdam de belangrijkste bron van drinkwater was (Vogelzang 1956). De resultaten van Van Roosbroeck (2019) geven echter aanleiding om daaraan te twijfelen. Misschien was de belangrijkste bron regenwater. Veel gebouwen verzamelden water via hun daken en geplaveide pleinen en sloegen dat op in regenwaterbakken en waterkelders. Grote huishoudens zoals weeshuizen, armenhuizen en andere stedelijke sociale instellingen profiteerden van de zeer grote oppervlakken van hun daken en pleinen. Naast het verzamelen van regenwater voor eigen gebruik, verkochten ze het aan de behoeftigen.

Nicolaas van der Waay, Meisjesbinnenplaats Amsterdam Burgerweeshuis met pomp en emmer, c. 1900, tekening.
Pomp meisjesbinnenplaats Amsterdams Burgerweeshuis 1600-1699 Beeldbank Amst Museum.

Drinkwater: micro-infrastructuren

Het doel van dit ondersteunende project is het maken van een inventarisatie van de drinkwaterinfrastructuur die is blootgelegd tijdens archeologisch veldwerk in Hoorn en Enkhuizen. Archiefgegevens van sociale instellingen uit het begin van de zeventiende eeuw in Hoorn en Enkhuizen zijn schaars, hierdoor komt de drinkwaterinfrastructuur nauwelijks in de archieven voor. Daarentegen zijn er voor deze steden in de zeventiende eeuw veel archeologische gegevens beschikbaar. Een overzicht op basis van literatuur en opgravingsrapporten zou de vraag moeten behandelen hoe de aantallen en het karakter van de infrastructuur zich ontwikkelden (stortbakken bouwen, putten verbeteren met pompen) en in hoeverre sociale of milieuverklaringen, of een combinatie van de twee, geldig zijn. De onderzoeksmethode is uitgewerkt door Gawronski & Veerkamp (2007).


Visualisering van drinkwater micro-infrastructuur

Marja Heier

Hoe zag de tijdgenoot waar het drinkwater vandaan kwam? In dit project wordt op basis van de analyse van huizen en andere gebouwen op schilderijen, gravures en andere afbeeldingen een verzameling aangelegd van de regenwaterbakken, regenpijpen, putten, pompen en andere vormen van micro-infrastructuur.


Omgaan met droogte: synthese

Petra van Dam

In het syntheseproject gaan we in op de belangrijkste onderzoeksvraag, zowel op basis van deelprojecten als aanvullend literatuuronderzoek. We richten ons op het vergelijken van de case-studies in tijd en plaats, en het contextualiseren van de resultaten in de grotere ecologische, sociaal-economische, politieke en culturele ontwikkelingen. Dit resulteert in een wetenschappelijk artikel en een samenvattend boek voor het grote publiek.

<span>%d</span> bloggers liken dit: