Verslag: Symposium ‘Water Pasts & Futures’

Op 30 september kwamen onderzoekers van ‘Omgaan met droogte’ samen met onderzoekers van het onderzoeksproject ‘Perfect STORM’ voor een interdisciplinair symposium op de Vrije Universiteit Amsterdam. In het symposium, getiteld Water Pasts & Futures: (In)securing water in times of drought, werd stilgestaan bij watergerelateerde problemen zoals droogte en overstromingen vanuit een milieu-historisch en hydrologisch-sociaal perspectief. De leiders van beide onderzoeksgroepen, respectievelijk Petra van Dam en Anne van Loon, trapten het symposium af met een zeer korte samenvatting van de projecten (zie de eerste PowerPoint onderaan het verslag) en twee vragen aan het publiek: 1) Wat zijn de overeenkomsten en verschillen tussen een milieuhistorische en socio-hydrologische benadering, en hoe kunnen deze elkaar aanvullen?; 2) Wat kunnen we leren van droogte in het verleden en/of droogte in verschillende contexten voor het de omgang met droogte in de toekomst?

Het eerste panel besprak de ongelijkheid in de toegang tot en omgang met water. Promovendus Heidi Mendoza presenteerde haar veldwerk in Peru, waar bepaalde gemeenschappen soms gedwongen moeten verhuizen uit ‘gevaarlijke’ gebieden langs een rivier. Dit terwijl zij juist heel afhankelijk zijn van de rivier voor hun dagelijkse onderhoud, met name de visserij. In de loop der tijd hebben deze gemeenschappen dan ook leren omgaan met het veranderende waterniveau van de rivier, bijvoorbeeld door huizen op vlotten of palen te bouwen. Milja van Tielhof benadrukte in haar presentatie (zie tweede PowerPoint onderaan het verslag) de ongelijkheid in de toegang tot water in 18e-eeuws Amsterdam, waarbij arme stadsbewoners op bepaalde momenten, met name koude winters, minder toegang hadden tot drinkwater dan anderen. De middenklasse en de rijken, die zich een waterkelder konden veroorloven, konden met de opvang van regenwater zich beter wapenen tegen waterschaarste.

Het tweede panel ging in op regeling in de omgang met droogte. Ruben Weesie presenteerde zijn promotieonderzoek naar gemeenschappen in Kenia en hoe zij op verschillende manieren in tijden van droogte aan water proberen te komen. Dit gebeurde onder andere door de opvang van regenwater – niet in een waterkelder maar in een grote metalen regenton,  door kuilen te graven in een opgedroogde rivier waarmee nog water in een diepere grondlaag kon worden bereikt en door het aanleggen van zanddammen in de rivier. Daarnaast liet hij zien dat verschillende groepen op een andere manier over droogte denken en hoe verhalen  over droogtebeleving worden doorgegeven aan nieuwe generaties.  Onze onderzoeker Dániel Moerman ging daarna dieper het verleden in met een uiteenzetting van zijn historische droogteonderzoek over Deventer en Zutphen. Hij stond stil bij de verschillende manieren waarop droogte zichtbaar wordt in historische bronnen en hoe dit kan worden omgezet in een index om de impact en omgang met droogte op de lange termijn te bestuderen. Hij sloot af met een  vurig pleidooi dat het bestuderen van historische bronnen goed kan helpen om beter inzicht te krijgen in de lokale gevolgen van droogte, hoe dit door de tijd heen constant blijft of juist verandert doordat er nieuwe strategieën ontstaan om de gevolgen van droogte tegen te gaan.  

Naast beide sessies werden er ook korte presentaties gehouden van 14 posters van onderzoeksgroepen uit Nederland en België die tijdens het symposium in de nabijgelegen hal werden tentoongesteld. Hier sprak onder andere één onze onderzoekers, Bob Pierik, over zijn poster waarin hij de ‘blue diversity’, ofwel de verschillende soorten toegang tot drinkwater in vroegmodern Amsterdam, liet zien.

Bob Pierik (L) spreekt over zijn poster met Dániel Moerman (R) (Foto: Marja Heier)

Aan het einde van het symposium kwamen Petra van Dam en Anne van Loon terug op de vragen die aan het begin werden gesteld. Door middel van digitale interactie met het publiek werd duidelijk dat er veel raakvlakken bestaan tussen de benadering van milieuhistorici en hydro-socio onderzoekers. Waar de hydrologische-sociale benadering kan leren van de langetermijn ontwikkelingen die historici kunnen bestuderen, is het voor historici ook nuttig om naar de uiteenlopende perspectieven op water en droogte in verschillende werelddelen te kijken. Iemand vatte dit goed samen door op te merken dat voor historici het verleden ook een ‘vreemd land’ is, een andere cultuur eigenlijk, zelfs als het om de geschiedenis van Nederland gaat. Al met al was het een geslaagd symposium en een mooie afsluiting van twee langlopende projecten over droogte aan de Vrije Universiteit.  

Plaats een reactie